Home Persoonlijke verhalen Hoe bevrijdend kan afvallen zijn?

Hoe bevrijdend kan afvallen zijn?

Door MY HAPPY SOUL
afvallen

Het is nu bijna drie jaar geleden dat mijn nichtje, met haar Hongaarse World of Warcraft-lover, ging trouwen. Als peettante was ik, op haar huwelijksdag, uiteraard van de partij. Niet dat ik pontificaal mezelf met mijn bijna maatje 52 op de voorgrond zette. Zelfs al bleef ik op de achtergrond, tot in de coulissen toe, men kon letterlijk niet om mij heen. Van nature heb ik een eigenaardigheid dat waar ik kom mensen mij wel zien binnenkomen. Of ik wil of niet. Niet dat ik graag opval. Dat absoluut niet. Ik mag dan wel op mijn hypermomenten aanwezig zijn, vaak kijk ik meer toe. Sla gade en luister. Ik beschouw liever, als toeschouwer. Ik ben een beschouwer bij uitstek. Indertijd viel er echt, hoe graag ik me soms aan de zijlijn, of in de achter linie opstelde, niet om mij heen te kijken. Zelfs op de foto’s niet. Was ik tot mijn achttiende werkelijk een slanke den, na die tijd groeide ik door allerlei perikelen, levensomstandigheden en bepaalde depressieve perioden uit tot een vrouw van megaformaat. Naar mijn idee dan. Tot die dag dat ik geconfronteerd werd met de serie trouwfoto’s van mijn nichtje vond ik het allemaal wel best. Daar zag ik mezelf staan, op de laatste rij, en ik dacht “mijn lieve help! Ben ik dat!!!?” Er was geen ontkomen meer aan en ik was behoorlijk in shock van wat ik zag. Zeg maar gerust MEGA shocking! Het was bladvullend. Dat zeker ook. Ik had me altijd in, met mijn gezin met drie kinderen met autisme (waarom had ik zo’n loeizware zorgtaak???) in zelfmedelijden gewenteld. Doordat ik mezelf totaal niet in acht nam, geen tijd voor mezelf had, niet zag en mijn hoeveelheden eten, met name junkfood, ook niet groeide ik in vanaf de eerste diagnose van mijn oudste kind in 2003 uit tot een bewegingsloze, in zichzelf gekeerde, gefrustreerde moeder (vrouw) die enkel bezig was haar kinderen op de rit te houden. Tot in elke vetcel had ik mezelf weggecijferd. In elf jaar tijd liet de weegschaal mij tweeëntwintig kilo meer zien. En ik was al volslank in 2003. De schaal des oordeels, waar ik derhalve een gruwelijke hekel aan had en liever vermeed, gaf drie cijfers aan en er ging destijds nog geen innerlijke alarmbel af. Het rode zwaailicht bleef uit. Ondanks dat ik zowat verdubbeld was, mijn partner had zo goed als twee porties vrouw gezien vanuit de dag dat we elkaar ontmoetten, vond hij het allemaal wel best. Niet dat hij een feeder was, al heeft hij heel wat keren de ronde naar de snackbar en shoarmatent voor me gemaakt. Als er weer zo’n moment daar was dat er bepaalde zaken weggegeten moesten worden. Gevreten zelfs. Er waren wel wat emoties, gevoelens en opgekropte frustraties weg te eten. Bergen zelfs. Er kwam geen einde aan. Wat ik ook deed. Ik was pro in emoties wegkanen! Pur sec genomen was ik een emotie-eetster van het eerste uur. En het was lekker. Ik had het nodig. Het waren mijn feelgoodmomentjes tussen de draaglast door. Ik had een lekkere emotie weg eet trek vertaalt in veel friet en snacks. Destijds dacht ik dat ik mijn gevoel kon weg eten. Met die overtuiging ging het dus mis.

Sluipende kilo’s

Weet je die kilo’s zijn er niet van de ene dag op de andere dag aan komen waaien. Ik was er zelf bij. Sterker nog ik was er zelf debet aan. Ik zag mezelf, keek er een keer zijdelings naar en keek nog sneller verder. Ik had toch mijn handen vol aan mijn voltallige auti-gezin. Al die jaren ben ik druk geweest met mijn kindertjes en alle zeilen heb ik moeten bijzetten om mijn gezin draaiende te houden. Ik had gewoonweg geen tijd om stil te staan bij mijn ikke en aan mezelf te werken. Als je jouw weegschaal niet aanraakt en het ding constant negeert en vermijdt, is enkel je broekband de graadmeter of je al dan niet in gewicht bent toegenomen. Zelfs daar stond ik niet bij stil. Had geen tijd en zin om daarover te peinzen. In tussentijd was ik zo uitgeteld en uitgeput van de zorg, welke altijd maar (vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week) doorging en de daarbij komende belasting in de vorm van draaglast, dat ik vaak te moe was om fatsoenlijk te koken. De frietpan stond hier ettelijke keren per week kilozakken friet van de supermarkt er door heen te bakken. We hadden een aller eigenste frietkot. Het smulhoekje, in het nabij gelegen dorp, had echt het omkijken. Vlaamse frieten, Franse frietjes, lange frieten. Ik was zelfs internationaal georiënteerd. Variatie in frietenland ten voeten uit. Tot fish & chips aan toe. De kinderen vonden het wel best en ik ook eigenlijk. Soms sputterde mijn man dat hij weer de zoveelste maal per week een vette hap kreeg voorgeschoteld. Ach, hij groeide gewoon samen met me mee. Dijde mee uit. We waren allemaal blij dat ‘we het leven hadden’. Iedereen was tegen het einde van dag overprikkeld. Ik van de nimmer aflatende inzet en zorg, mijn partner van het werk en de lange reistijden en mijn grut van de overprikkeling van school en het reizen met het taxivervoer. We aten ons vol tot we geen pap meer konden zeggen. Tot de buikjes en de kelen waren dichtgeslibt dat er, als het ware, van gezapigheid geen enkel woord meer uit kwam. Gelukkig had ik standaard niet veel snoep en meer van dat suikerwerk in huis. Ook geen chips. Veel te snacken viel er tussen de (frituur)bedrijven door dan ook niet. Het waren louter die zakken en dozen frikandellen die we gezamenlijk nuttigden. Leegden tot de laatste gesneden aardappel. Tot we in de kreukels lagen van de kreukel frieten. In de tussentijd vermeed ik naast de weegschaal mede zowat alle spiegels. Voor spiegelbeelden in ruiten, etalages en dergelijke draaide ik in een rap tempo mijn hoofd voor om. Ik wist het wel dat ik niet gezond bezig was. Vaak voelde ik me schuldig naar mezelf maar eveneens naar mijn kinderen en partner toe. Maar ik deed wat ik kon. Al mijn energie ging op aan mijn tomeloze inzet voor mijn kinderen. Tot die dag in 2014. Mijn ogen gingen open en ik zag mezelf. In vol ornaat. Groot beeld. Landscape format! Mijn zus had je me al gewaarschuwd. “Zus”, had ze kort daarvoor gezegd “als je zo doorgaat, dan wordt je niet oud”. Ook dat wimpelde ik in een noodvaart weg. Later vertelde ze me dat ze voorzag dat ik wel 150 kilo zou gaan wegen als ik op die ‘frietpan bak-‘m-bruin’ oftwel Engeltjes Auti Smulcorner trend door zou gaan.

Na het alarmsignaal

Nadat mijn ogen geopend waren en ik eindelijk een goed beeld (XXXXXXXXXL size) van mezelf had, was ik zowat weer toe aan uitbreiding van mijn garderobe. Weer een maatje meer zoals dat heet. In die megamaatjes was, mijns inziens, in het gros van tentformaat kleding (in mijn optiek bungalow size) voor mij vaak niets leuks te vinden. Daar had ik me al die jaren wel over gefrustreerd. Want ik heb altijd een voorliefde voor mooie kleding gehad. Voor merken ook. Jammer genoeg beklijfde dat niet en ik ging gewoon verder met ze goudgeel & bruin bakken. Sinds 2014 ben ik op mijn eten gaan letten. Er gebeurde iets met me, ik werd voor het eerst van mijn leven verliefd, waardoor ik mezelf heel hard door het leven gespiegeld kreeg. In plaats van toe te geven aan mijn vet- en frietverslaving, de vette, kleffe hap, heb ik het over een andere boeg gegooid. De beste zet was dat ik besloot de frietpan zijn congé te geven en in de oudijzerbak te gooien. Het ding had zijn deugdelijkheid allang bewezen en de houdbaarheidstermijn was geruime tijd al verstreken. Had zijn aanschafprijs lang en breed opgebracht. Het ijzeren ding had zijn pensioengerechtigde leeftijd zeker bereikt. Het deed me wel zeer. Pijn. Een periode lang was het mijn maatje. Mijn ‘feel good’-portiebakker voor een dame in emotiestress, met een draaglast en vol dagprogramma en psychische nood wat zich vertaalde in eenzaamheid. Dat wil ik toch even zeggen. Vanaf die drastische beslissing ging het met het dagelijkse menu beter. Behalve dan dat ik elke dag wat moest verzinnen. Dat is ook zowat. Kijk als je een beperkt menu hebt (Vlaamse friet, chips of Franse frieten), hoef je niet zoveel over het avondeten na te denken. Over wat je in huis moet hebben. De vriezer, een joekel van een ding, daar konden heel wat snacks, friet en aanverwante zaken in. Alleluja zeg!! Potverdorie. Dat was een gemis. Die loop naar mijn diepvries was erin gesleten. Zorgen dat je gezin te eten heeft kost soms heel wat denkwerk. Pffff. Breinbreken heet dat. Nadenken. Goed voorbereid kokkerellen. Twee jaar lang heb ik gezond gekookt. Ik heb groenten gegeten tot ik er zelfs groen van zag. Ja, ja alle kleuren van de regenboog. Ik weet dat ik al verteld heb in een ander artikel. Het is wel essentieel voor dit verhaal hoor.

Absoluut geen powervrouw

Inmiddels ben ik dus 42 kilo aan overtollige vetcellen kwijt. Alle opgeslagen ellende uit mijn vetcellen is geloosd en het overige heb ik van me af geschreven in mijn, intuitief ingegeven, boek (De powertrip van naar mijn autisme hart. Ik heb nog geen uitgever. Dus mocht je een bezield persoonlijk drama zoeken, be my guest!) Ik zie er thans compleet anders uit. Had ik voorheen al een voorliefde voor leuke kleding nu ben ik helemaal in de overdrive gegaan. Met een maatje 40 is nu eenmaal veel meer te koop dan in een maatje 52. Zeg maar gerust dat ik een kledingtic heb ontwikkeld. Ik blijf aardig op gewicht. Gelukkig wel. Het heeft wat centen gekost elke keer een nieuwe garderobe. Ook al winkel ik net zo graag op marktplaats of in een kringloop. Eten boeit me niet meer zo. En dat bakje friet eet ik echt wel eens. Liefst van de snackbar. Qua hoeveelheid is dat afgemeten en te overzien. Denk je nu zelf dat ik twee jaar op een slablaadje heb zitten knagen? Dacht het niet! Gewoon af en toe zondigen. Anders is geen enkel dieet vol te houden. Maar alles wel met mate. Geen hele zak chips maar een klein schaaltje. Het hele afvallen hoeft geen hype, methode of geld uitmelkerij te zijn. Gewoon zelf de balans leren vinden. Anders gaan denken. Het zit hem niet in de hoeveelheid. Nu dat ik anders en gezonder ben gaan eten, is mijn smaak ook veranderd. Alles is me vaak te vet. Of te zout. Dat is een enorm voordeel. En een yoghurtje met muesli is ook ontzettend lekker. Noten ook. En fruit. Zoals gezegd je mag best jezelf af en toe iets permitteren. Dat je zin in een vette snack of lekkere trek bevredigd wordt. Emoties weg eten kan ook met iets gezonds. Tegenwoordig heb je zulke lekkere noten en zaden te koop. En granola. Wat denk je daarvan? Mocht je jezelf een keer ouderwets volgepropt hebben, dan doe je toch een paar dagen daarna wat rustiger aan met het betere kaanwerk. Matiging is het toverwoord. Weet je ik ben echt geen powervrouw. Absoluut niet! Ik ben een afhaker pur sang. Wat mezelf betreft dan. Voor anderen ben ik een tijger en soms net een piranha. Waar ik me inbijt daar blijf ik me in vast houden. Maar dit lukte me wel. Voor het eerst in mijn leven iets voor mezelf. Behalve dan mijn academische Rechten opleiding. Daar was ik ook gemotiveerd voor. Ik weet niet waarom. Ik heb de controle weer over mezelf. Dat is, afgezien van de hoeveelheid die ik dagelijks minder aan gewicht meetors, even fijn. Weet je het maakt niet uit hoe je eruit ziet. We hebben allemaal imperfecties maar zeker ook schoonheden. Het gaat erom waar jij jezelf in jouw leven goed bij voelt. Dat is het allerbelangrijkste. Blij zijn met jezelf. Dat is wat telt! Bij mijn huidige levensfase voel ik me thans wel bij.

Zo mogelijk frietloze en emotie eetvrije groetjes,

B Engeltje

0 comment

Hoe bevrijdend kan afvallen zijn? – B Engeltje 16 juli 2017 - 22:32

[…] Hoe bevrijdend kan afvallen zijn? […]

Reply

Leave a Comment