Home Bewustzijn God is een werkwoord

God is een werkwoord

Door Tobias Reijngoud

Als kind dacht ik: God is een oude wijze man op een wolk. Hij heeft de wereld en mij geschapen. Hij let op me en beschermt me. Maar als puber wist ik: God bestaat niet, en áls hij al ooit bestaan heeft is hij nu in elk geval zo dood als een pier. Inmiddels ben ik 47 en realiseer me dat de vraag of God al dan niet bestaat, irrelevant is. Want of ik nou in hem geloof of niet, waar het om gaat is of ik in staat ben om hem na te volgen. Kan ik doen wat hij doet? 

God schept mij niet, ik schep hem

In veel kerkelijke en religieuze tradities is God nog steeds een externe autoriteit, een kracht buiten onszelf. En daarmee dus eigenlijk toch die oude man op een wolk die op ons let en ons beschermt. En die ons misschien zelfs ook nog wel geschapen heeft. Wie zal het zeggen?

Ik vind het verder best dat de kerkelijke traditie God buiten ons plaatst, maar inhoudelijk is die opvatting niet zo boeiend. Het is erg vrijblijvend. Want wat moet ik met iets of iemand daar ver weg op een wolk? God wordt interessanter en waardevoller als je hem niet buiten jezelf plaatst, maar ín jezelf. Of beter gezegd: als je “geloof” ziet als de poging om God in je eigen leven vorm te geven. Of na te volgen. Doen wat hij doet dus: daar draait het dan om. Daarmee is God niet langer iets of iemand die al dan niet bestaat. Nee, je moet hem zelf creëren. God schept mij niet, ik schep hem. Of niet natuurlijk, de keuze is aan mij. Vrij naar John F. Kennedy: “Don’t ask what God can do for you but what you can do for God.”

Breng licht in de levens van mensen

God navolgen dus. Maar wat doet hij dan? Dat staat al in de eerste regels van De Bijbel. Daar staat dat God orde in de chaos brengt, licht schept en planten laat ontkiemen. Dat scheppingsverhaal in de Bijbel is geen verslag van het ontstaan van de wereld. De wetenschap heeft daar veel geloofwaardigere theorieën over. Het is niets minder dan een opdracht aan ons: schep orde in de wereld en breng licht in de levens van mensen. Met andere woorden: help mensen die in verdrukking leven, probeer rust en vrede te brengen in de wereld, ga respectvol om met de natuur, en zorg dat de onenigheid met die boze buurman over de hoogte van de haag niet uit de hand loopt.

Etty Hillesum

De Joodse schrijfster Etty Hillesum noteert op 12 juli 1942 in haar oorlogsdagboek een gebed van zichzelf. Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, schrijft ze, “maar ik kan van te voren nergens voor instaan. Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. En dit is het enige, wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige, waar het op aankomt: een stukje van jou in onszelf, God.” Het gaat erom, schrijft Hillesum “dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen.”

Staphorst

De oproep van Hillesum aan zichzelf is een oproep aan ons allemaal. Aan zowel gelovigen als atheïsten. Welles-nietesdiscussies tussen hen over de vraag of God bestaat, zijn verspilde energie. Want terwijl gelovige Staphorsters en postmoderne intellectuelen elkaar in de haren vliegen, staan er tienduizenden vluchtelingen aan de grens die geholpen moeten worden. Of niet natuurlijk, de keuze is aan ons. En terwijl de discussie tussen gelovigen en atheïsten voortgaat, belt mijn buurman bij me aan, en roept dat ik die haag tussen onze tuinen vandaag moet bijknippen want dat hij hem anders morgenochtend met zijn kettingzaag gaat neermaaien. “En jou erbij!”

Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

De zoon van God zegt: Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen. Eigenlijk zegt hij dus dat je geen vijanden zou moeten hebben. Want als je je zogenaamde vijanden liefhebt, zijn het ineens je vrienden. Gerard Reve beschrijft in een gedicht het graf van een doodgeschoten jongen: “Hij rende weg, maar ontkwam niet, en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud. Een strijdbaar opschrift roept van alles, maar uit het bruin geëmaljeerd portret kijkt een bedrukt en stil gezicht. Een kind nog. Dag lieve jongen.” Dan richt Reve zich tot God, en vraagt lichtelijk verongelijkt: “Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?”

Thomas a Kempis

Reve had de teksten van de middeleeuwse monnik Thomas a Kempis moeten lezen. Die schrijft: “Het koninkrijk Gods is in u.” De paradijselijke toestand van de hemel op aarde is dus niet iets wat ooit misschien gaat komen. Zo gemakkelijk gaat het niet. We moeten het zelf scheppen. Niet later, maar hier en nu. Door niet te haten, door anderen te helpen, de natuur te beschermen, en God na te volgen. Want God bestaat niet, hij gebeurt. Of niet natuurlijk. De keuze is aan ons.

Wat moet ik nou toch met die buurman en die haag?

Boekentip van Inspirerend Leven:
Levenskracht & Levensvragen

“Ik was 45 jaar toen ik aan dit boek begon en worstelde met de vragen die rond deze leeftijd opkomen. Waar gaat het eigenlijk om in het leven? Daar gaat Levenskracht & Levensvragen. Eind april verschijnt het nieuwe boek van Tobias Reijngoud Levenskracht & Levensvragen: gesprekken met onder meer Jan Terlouw, prinses Irene, Herman Wijffels, Lenny Kuhr, Huub Oosterhuis, Awraham Soetendorp en Pim van Lommel.


 

 

Leave a Comment