Home Geen categorie Gebedenboek van Anselm Grün

Gebedenboek van Anselm Grün

Door Rick Timmermans

Behoeft een boek van Anselm Grün nog een recensie? Dient de schrijver te worden toegelicht? Moet een recensent de loftrompet blazen zodat de verkoop op gang komt? Nee, eigenlijk niet. Dan maar een stukje omdat Grün zo’n mooie schrijver is die alle extra aandacht niet nodig heeft maar wel verdient. Ten Have en Averbode brachten in 2011 Mijn gebedenboek uit. Van Anselm Grün dus. Een praktisch boek. Natuurlijk, Grün had een even dik boek (208 pagina’s) kunnen schrijven over bidden, maar bidden moet je uiteindelijk vooral doen en niet eeuwig over blijven schrijven. Dat zal de monnik in hem tot hem hebben gezegd. Toch kan hij het niet laten een paar woorden te wijden aan het gebed. Dat doet hij vanuit zijn leven als benedictijn, met de Regel van Benedictus als leidraad. In die paar woorden deelt hij een belangrijke les. Namelijk dat door het gebed de monnik zichzelf oefent voortdurend in de aanwezigheid van God te leven en zich bewust te maken dat Gods helende en liefhebbende aanwezigheid hem altijd en overal omgeeft. Dat is voor hem dus bidden.

Bidden wordt werken en werken bidden

Een ander belangrijk benedictijns aspect dat hij aanstipt, is het streven naar het onophoudelijke gebed (een opdracht van Paulus in 1 Tess 5:17). En dan komt hij dicht bij de bron van dit boek. Grün probeert zelf, door zevenmaal daags naar de kloosterkerk te gaan, van zijn leven een voortdurend gebed te maken. De kracht van het gemeenschappelijke gebed te laten doorwerken in zijn dagelijkse bezigheden. Zodat bidden werken wordt (letterlijk opus dei, Gods werk) en werken bidden. Het gaat dan niet zozeer om het uitspreken van woorden, maar om een houding van gebed. Die houding wordt geoefend in de gebeden die hij uitspreekt. En die gebeden staan in dit boek. Niet allemaal, er staan bijvoorbeeld maar 13 psalmen in en als benedictijn bidt hij elke week alle 150 psalmen (als u die wilt lezen kunt u overigens ook terecht bij Ten Have waar onlangs de vrije psalmen van Oosterhuis verschenen), maar een heleboel andere gebeden staan er wel in. Gebeden uit zijn traditie. Aan het begin van het boek zegt hij dat Benedictus geen gebed heeft achtergelaten. Maar andere benedictijnen deden dat wel. Bijvoorbeeld Anselmus van Canterbury (waarnaar Anselm Grün is vernoemd) en Bernardus van Clairveaux. Gebeden van deze mannen krijgen een mooie centrale plaats in het boek. Maar ook gebeden van Sint Patrick, Franciscus van Assisi, Hildegard van Bingen, Johannes Chrysostomus en vele andere komen voorbij in het hoofdstuk ‘Gebeden van beroemde gelovigen’. Andere hoofdstukken in het boek zijn – ik noem er maar een paar: Met gebeden de dag door, Bidden als gezin met kinderen, Lief en leed, Bidden met Benedictus van Nursia. Een hoofdstuk dat mij bijzonder aansprak was: Gebeden bij de cyclus van het jaar. Gebeden voor belangrijke dagen tussen advent en Sint Maarten. Waarin Grün naast de christelijke feestdagen ook gebeden heeft geschreven voor het begin van de seizoenen, Moederdag en de vakantietijd. Al met al is het een mooi boek dat vol staat met allerhande gebeden voor alle mogelijk denkbare gebeurtenissen. Een boek dus om praktisch ter hand te nemen en om, zoals Grün zegt:

“…alles te brengen onder de zegen van God, mijzelf, de mensen en de werkelijkheid van deze wereld, opdat we mogen ervaren dat alles voor ons tot zegen kan worden en dat wij zelf een zegen zijn voor de mensen.”

Leave a Comment