Over zin en onzin van filosofie
Op het filosofenweb las ik een bijdrage van Tino van Kampen omtrent David Hume, getiteld 'De frustratie van een held'. Dat inspireerde me tot een reactie, die ik hier graag laat verschijnen.
Na veel filosofie te hebben doorgenomen, kom ik tot de conclusie dat er geen pasklare antwoorden zijn op 'de grote vragen'. Wat je van tevoren weet als je aan filosofie begint, eigenlijk. Maar ik blijf wel geboeid en verwonderd door de 'queeste' die denkers uit alle tijden ons hebben voorgedaan.
Tino van Kampen schreef:
'De frustratie van een held' (met een knipoog)
Filosofen worden zo nu en dan glazig aangekeken - meestal worden ze dan niet begrepen
Er kan dan een discussie ontstaan en dan nog is daar die blik van: meneer de filosoof u spoort niet, althans uw denken spoort niet met het algemeen aanvaarde, maatschappelijk gangbare denken. Soms wordt er zelfs iets in die trant verbaal verkondigd richting de filosofische denker. De filosoof bijt nog even door, maar dan buigt hij het hoofd en sjokt verder in zijn ideeënwereld.
Laatst had ik weer zoiets.
Ik had een werk van Hume gelezen en kwam tot de conclusie dat niet alles per se een oorzaak hoeft te hebben. Let wel, dit stukje is een filosofisch stukje, er moet dus filosofisch gedacht worden en niet wat algemeen geaccepteerd is hoe gedacht moet worden.
Dat wat we ervaren is meestal waar, we zien een beweging, bijvoorbeeld een bal die over een voetbalveld rolt. Als je je nu voorstelt dat je alleen de bal ziet rollen, dan kan je 'nooit' weten wat de oorzaak van dat rollen was. Jawel beste lezer, achteraf wel, je weet dat de oorzaak van dat rollen de voetbeweging tegen de bal van de voetballer is geweest. Als dat patroon zich ontelbare keren herhaalt mag je aannemen dat elke keer de bal op een voetbalveld tijdens een voetbalmatch gaat rollen het gevolg is van, de oorzaak, de trap van een voetballer. Natuurlijk zijn er andere mogelijkheden zoals bewegingen met de hand of de wind, maar er is een oorzaak. De filosoof nu stelt de vraag: is dat wel zo, is er wel altijd een oorzaak?
Stel je nu eens voor dat je de oorzaak van een beweging niet kan achterhalen, hoe kan je dan beweren dat er een oorzaak moet zijn. Er wordt stellig beweerd dat er een oorzaak is, en dit mag niet op voorhand. Als je de these opstelt er moet voor een beweging een oorzaak zijn, dan moet je ook de these opstellen dat het niet waar hoeft te zijn. Met andere woorden een these moet verifiëerbaar zijn of zij waar is en de these moet op hetzelfde moment weerlegbaar (falsifiëerbaar) zijn, de filosoof Popper heeft hier een hele filosofie over geschreven. Als je dus stelt de bal rolt, en ondanks dat ik geen oorzaak zie, is die (de oorzaak) er wel, en je kan het niet verifiëren en op hetzelfde moment weerleggen dan is die stelling filosofisch niet geldig. De these er is altijd een oorzaak aan een beweging is dus niet geldig.
Ook Spinoza had hierover nagedacht. Ik geef een voorbeeld in zijn denktrant
Stel een architect maakt een ontwerp voor een huis, hij leest het door en bekijkt het daarna nog eens kritisch en kan geen fouten vinden; het ontwerp is ok, het huis kan gebouwd worden. Het huis wordt echter niet gebouwd, reden onbekend. Hoe kan je nu stellen dat het ontwerp voor het huis een goed ontwerp was. Dan zullen toch echt meerdere architecten zich over het ontwerp moeten buigen, echter het antwoord is pas volledig geldig als het huis werkelijk naar het ontwerp gebouwd is. Al zeggen duizend architecten het ontwerp is goed, het is pas echt goed als het huis gebouwd is, pas dan kan je zien of er hiaten in het ontwerp zitten (zaten) of niet.
In wezen is het ontwerp van de architect een idee, nu heb je o.a. ware ideeën en verzonnen ideeën, zie ook Plato. Hume had het over ideeën. Hij zei zo ongeveer: wij hebben ideeën over de waarheid, de werkelijkheid, maar die ideeën ontstaan en blijven bestaan uit gewoonte. En ze worden zo vaak bevestigd dat we denken dat ze juist zijn. Hume, een gerespecteerd filosoof, durfde de stap te wagen door te stellen: zijn onze gewoonte-ideeën wel waar?
Dat durven doen, je die vraag stellen en over die vraag na gaan denken, dat is filosoferen. Filosofen zijn eigenlijk helden, het is dan ook frustrerend, dat sommige mensen menen dat filosofen door hun heldendaden niet sporen, of glazig worden aangekeken :-)
Mijn antwoord hierop (zowat twee jaar terug):
Beste Tino, las net je stuk over David Hume. Heb daarbij bedacht dat Hume stelde dat het weten ook tot de kennis van het niet-weten leidt, en dat Hume zichzelf als een agnost zag: m.a.w. hij durfde toe te geven dat hij het ook gewoon niet wist.
Het is helemaal niet uitgesloten dat ons causaal denken typerend is voor onze beperktheid; oorzaak-gevolg relaties en het determineren van causale verbanden zijn uitermate nuttig in het concreet-wetenschappelijke denken, maar men kan vanuit observatie van een 'gevolg' niet altijd 'terugkijken' naar de 'oorzaak'.
Logisch 'terugdenken' biedt vanuit filosofisch standpunt inderdaad geen zekerheid, als men er niet letterlijk bij was is de 'oorzaak' niet meer te achterhalen.
Dapper man, Hume, die de grondvesten van onze 'logica' in vraag durfde te stellen
Wat bij me opkomt, vanuit puur filosofisch standpunt: het is best mogelijk dat ons causaal denken, dat in feite enkel door waarneming, herhaling, analogie en dergelijke wordt gestaafd, tegelijk kenmerkend is voor onze beperking. Kan het niet zijn dat alles gewoon 'gebeurt', in tijdsfractalen, onafhankelijk van elkaar? Dat we als mens zodanig in elkaar zitten dat we ons genoodzaakt zien 'verbanden', oorzaak en gevolg, 'patronen' vooral te zien? Patronen die we kunnen 'begrijpen', omdat we zo graag dingen ordenen?
De schakeringen van het menselijke denken bewegen zich tussen twee uiterste polen: die van de absolute orde enerzijds, en die van de absolute chaos anderzijds.
Hume spoorde ons aan te filosoferen, en toch mens te blijven. Het pure abstracte denken is vrij, en in laatste instantie zelfs niet meer aan de menselijke empirie onderworpen. Omdat het moeilijk, zoniet onmogelijk is het grondplan van een huis te onderkennen, dat men als het ware slechts vanuit de keuken kan bestuderen.
Maar binnen dat beperkte menselijke denken, eigen en verwonderlijk aan onze species, is het een uitdaging om grenzen te verkennen. Grenzen te verleggen, grenzen in vraag te stellen, zoals Hume dat deed. Ik vermoed dat Hume deel uitmaakte van die filosofen die vaak 'glazig' werden aangekeken, omdat hij het schijnbaar evidente in vraag durfde te stellen.
Onze ideeën over de werkelijkheid zullen nooit echt verifiëerbaar zijn, geen enkele theorie is definitief verifiëerbaar. Definitieve kennis is ondenkbaar, behalve dan voor diegenen die dromen van een 'universele theorie', de huidige 'heilige graal' van de fysica.
Een universele theorie, die alles verklaart en niets meer te verklaren overlaat. Treurig mensenras wordt dat, met alle vragen beantwoord. Zekerheid, geen ruimte voor twijfel.
Dergelijke wetenschappers dienen dringend de graallegende te herlezen: de graal is onbereikbaar, de zin ligt in de queeste.
Ooit troostte ondergetekende zich met het 'metafysisch optimisme' van Spinoza, als het ware de belichaming van die ene uiterste pool van ons denken, die een absolute orde vooronderstelt.
Spinoza ging bijna lijnrecht in tegen Hume; hij stelde dat alles noodzakelijkerwijze gevolg is van een oorzaak, dat elke oorzaak ook valt terug te voeren op een voorafgaande oorzaak. Met onverbiddelijke mathematische zekerheid kwam Spinoza op zijn manier tot de 'onbewogen beweger' van Aristoteles. Namelijk die allereerste oorzaak, zelf onbewogen maar beweger van al het waarneembare.
Ook Spinoza kwam tot een godsbesef op die manier, zij het door de zgn. 'amor intellectualis Dei'. De 'ontdekking' van god door het gebruik van de rede, het intellect ( totaal anders dus dan een intuïtieve of zelfs mystieke benadering).
In tegenstelling tot Hume (die van mening was dat een volmaakte God geen onvolmaakte wereld zou toelaten, en zichzelf tengevolge als agnost betitelde), stelde Spinoza dat alles is zoals het moet zijn, omdat het goddelijke per definitie volmaakt is en zich dus alleen kan manifesteren op een volmaakte manier. Deze wereld als best denkbare aller werelden als het ware, wat Schopenhauer verder ook mocht beweren.
Alles is volmaakt, hoe wij het ook mogen ervaren
Wat wij als onvolmaakt ervaren, bv. het 'kwade', was volgens Spinoza nog altijd goddelijk. Alles is zoals het moet zijn, zelfs het schijnbaar onvolmaakte, het lijden, het lelijke, omdat het deel uitmaakt van één goddelijke wetmatigheid, één ijzeren, optimale wetmatigheid.
Een dergelijk aanvaarden van de realiteit, ook de dingen die ons zinloos lijken, het 'zijn' als manifestatie van het goddelijke, lijkt me in boeddhistische richting te gaan.
De idee van 'deze wereld als best denkbare aller werelden' werd ook geponeerd door Leibniz, maar die had in tegenstelling tot het monisme van Spinoza een pluralistische theorie van het heelal. Leibniz dacht in dezelfde trant als Hume, de man die de wetten van oorzaak en gevolg in vraag durfde te stellen.
Leibniz erkende in zijn pluralistische theorie van het heelal een oneindig aantal substanties naast God, in die 'beste van alle werelden' die Gods schepping volgens hem was. Met dien verstande echter dat er geen enkele interactie tussen afzonderlijke substanties kan bestaan, geen afhankelijkheid van elkaar, geen verklaring voor de ogenschijnlijke onderlinge reacties, en in feite geen enkele werkelijke relatie onderling.
Het beeld van een heelal met oneindig veel substanties, zonder enige onderlinge relatie, lijkt me nog moeilijker te bevatten dan het loskoppelen van oorzaak en gevolg, zoals Hume suggereert. Langs de andere kant was Leibniz één van de laatste 'universele wetenschappers', in een tijd waarin het nog mogelijk was in verschillende disciplines tegelijk pionierswerk te leveren.
Waar filosofen als Aristoteles en Spinoza behoefte hadden aan een 'onbewogen beweger', een grondslag, een ultieme zekerheid als het ware, aanvaarden anderen die tweede uiterste pool van het denken. De andere menselijk denkbare pool, die van de absolute chaos.
Menselijk denken en wetenschap leidden ons vandaag uiteindelijk tot de 'onttovering van de wereld'
We zijn niet langer naar Gods evenbeeld geschapen, geen garantie meer dat we de kroon op zijn werk zijn. Tegelijk wint het 'ietsisme' veld, of zoeken velen hun heil in religies die verder van de eigen cultuur liggen.
Vanuit de wetenschappelijke empirie zien we dat systemen streven naar maximale entropie, allerminst naar maximale orde dus. Het huidige heelal duidt sneller en sneller uit; alles wat momenteel enige 'orde' vertoont is op weg naar uiteindelijke versnippering. De ultieme chaos als het ware. Een levenloos, afgekoeld heelal, waar de gedoofde sterren zich tot in het oneindige steeds verder van elkaar verwijderen. De 'big chill' noemt men die toestand. Anderen menen dat bij een bepaalde kritische uitdijsnelheid alle bestaande materie als het ware uit elkaar zal worden gerukt, en dat het heelal in zijn huidige vorm dan ophoudt te bestaan. De zogenaamde 'big rip'.
Alles begon met een oneindig condense 'singulariteit', en dat alles is steeds sneller op weg naar een oneindige uitgestrektheid. En heel even tussenin, een korte flits op de geologische tijdsschaal, een ras dat zich 'vragen' stelt.
Omdat het stellen van vragen niet alleen eigen is aan de filosoof, maar aan de mens in het algemeen. Zelfs al weet je dat er geen definitieve antwoorden bestaan, geen ultieme zekerheden.
Dat elke theorie slechts voorlopig 'waar' is, tot ze weerlegd wordt door een meer valabel alternatief. Van paragdigma naar paradigma, op weg naar een betere benadering van het uiteindelijk onkenbare.
De zekerheid is definitief 'onttoverd', zo lijkt het er meer en meer op
Niet te verwonderen dat sommigen soms 'glazig worden aangekeken'. Hume stelde oorzaak en gevolg in vraag, en volkomen terecht. Er is geen enkele garantie op een causaal verband tussen 'oorzaak en 'gevolg'. Zelfs geen garantie op het goddelijke, op die allereerste 'oorzaak'.
Maar als puntje bij paaltje komt heb je het goddelijke, het transcendente niet nodig om de verwondering te delen. De verwondering om dit zijn, om de vragen zonder antwoorden. Het zijn net die vragen die ons tot mens, en sommigen tot filosoof maken.
Filosofen zijn inderdaad soms helden, daar waar ze alle 'zekerheden' durven in vraag te stellen. Zeker daar waar ze de grenzen van het menselijke denken verruimen.
Bedankt voor de bijdrage over David Hume, Tino.
Deze man voelt er zich 'mens' door, niet alleen in zijn al te menselijke vragen. Nog wat rouwend om de teloorgang van de 'idées claires et distinctes' van Descartes, maar meer en meer verwonderd om dit 'mens'-zijn.
Vol hoop de ogenschijnlijke zinloosheid tartend.
Met vriendelijke groet,
Dirk
Twitter dit bericht naar al je vrienden »
Relevante blog artikelen of agenda items
Inspiratie voor vandaag
Op een affiche 'vloeken is aangeleerd' had iemand geschreven: 'geloven ook'.
Leestip
Yoga helpt
Prijs: € 19,95
Yoga zonder poespas. Voorwoord Deepak Chopra. Yoga kan veel aandoeningen voorkomen en genezen. Tara Stiles laat zien hoe eenvoudig en...
Inschrijven voor de nieuwsbrief
Schijf u in voor de nieuwsbrief en ontvang:
- Laatste blog artikelen
- Komende evenementen
- Nieuwste ontwikkelingen
Thema's
Waarom aanmelden?
- Blijf op de hoogte van inspirerend nieuws
- Ontvang aanbiedingen
- Deel ervaringen met andere leden
Maak een profiel aanHeeft u al een profiel? Log hier in
Laatste reacties
-

Kris Deckers op De wijsheid van een gebroken hart
Er is maar een weg... Je spoken in het licht zetten!
do 24 mei '12 om 12:54
-
Puck op Griekenland: stap uit de euro!
Dit geld ook voor het verzekeringswezen lijkt me.
wo 23 mei '12 om 16:58
-

Anoniem op Griekenland: stap uit de euro!
Eerst begrip en kennis, dan vooral je geld uitgeven, duurzamer leven, minder is...
di 22 mei '12 om 22:37


Reacties van lezers (0)
Er zijn nog geen reacties geplaatst.
Reageer